Nieuws

Minder drempels om aan het werk te gaan

Het afgelopen jaar is het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid in gesprek gegaan met mensen met een arbeidsbeperking, werkgevers, gemeenten, zorgaanbieders, belangenorganisaties en andere betrokkenen om er achter te komen welke drempels en angsten er zijn om aan het werk te gaan en wat hier aan te doen is. Wat de acties zijn die daar uit volgen, staan in een brief die Van Ark vandaag naar de Kamer heeft gestuurd.

Het zijn acties die er voor moeten zorgen dat mensen;
– makkelijker vanuit de uitkering kunnen gaan werken en weer terug kunnen vallen op de uitkering als werken (even) niet lukt;
– beter inzicht krijgen in de financiële gevolgen als ze aan het werk gaan;
– meedoen op de best passende plek;
– continuïteit krijgen in de begeleiding en ondersteuning die bij hen past.

De praktische uitwerking staat in de Kamerbrief. Een greep uit de belangrijkste maatregelen:

 

Werk:

In de eerste helft van 2019 stuurt Van Ark een wetsvoorstel naar de Kamer waarin maatregelen zijn uitgewerkt die ervoor zorgen dat meer werken loont, dat Wajongers altijd terug kunnen vallen op de Wajong en dat Wajongers hun uitkering behouden als zij onderwijs volgen. Met Divosa en gemeenten is Van Ark in overleg hoe ze er voor kunnen zorgen dat mensen die vanuit de bijstand gaan werken ook makkelijker terug kunnen vallen op hun uitkering als het werk ophoudt om vanuit daar weer een plek te vinden op de arbeidsmarkt.Wanneer iemand met een WIA-uitkering aan het werk gaat, wordt hij of zij vijf jaar lang niet herbeoordeeld. Dit maakt het voor mensen aantrekkelijker om terug te keren naar de werkvloer.

 

Geld:

Het kabinet onderzoekt hoe de toeslagen beter kunnen worden ingericht zodat mensen minder te maken hebben met terugvorderingen. Ook werkt het ministerie aan een rekentool waarmee mensen beter inzicht krijgen in wat het financieel betekent als ze gaan werken. Met Divosa en gemeenten wordt er ook gewerkt aan manieren waarbij mensen zo min mogelijk last hebben van verrekeningen met de uitkering achteraf.

 

Plek:

We gaan onderzoeken hoe de aansluiting tussen (arbeidsmatige) dagbesteding en (beschut) werk makkelijker kan worden. Goede praktijkvoorbeelden gaan we delen. Ook de aansluiting beschut werk en banenafspraak wordt beter.

 

Ondersteuning:

Het streven is om mensen voor wie dat nodig is de begeleiding te geven die bij hen past. Niet alleen gericht op werk, maar ook op zorg, wonen en andere gebieden waar ondersteuning nodig is. Belangrijk hierbij is dat er continuïteit is, ook als mensen op een andere plek of vanuit een andere regeling gaan werken of als er iets in de persoonlijke situatie verandert.

Staatssecretaris Van Ark (SZW) informeert de Tweede Kamer over het project Simpel Switchen in de Paticipatieketen.

Eindelijk; ondersteuning op maat bij een arbeidsbeperking

Meer werken moet ook lonen bij een arbeidsbeperking

Het kabinet neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat mensen met een arbeidsbeperking beter vanuit een uitkering aan het werk komen. Staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken stelt voor dat mensen gemakkelijker weer terug kunnen komen in de uitkering als het werk niet lukt. En ze neemt maatregelen voor meer persoonlijke begeleiding gericht op werk, zorg en wonen.

Voor mensen die afhankelijk zijn van een uitkering zijn er verschillende – financiële – drempels om aan het werk te gaan. Onder het motto: “meer werk, loont” is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in gesprek gegaan met werkgevers, gemeenten, zorgaanbieders en mensen met een arbeidsbeperking. Onderwerp van gesprek: wat te doen om de drempels weg te halen voor mensen met een arbeidsbeperking om aan het werk te gaan? De staatssecretaris zal in 2019 een wetsvoorstel indienen met uitgewerkte maatregelen om de weg naar werk te bevorderen.

 

Participatiewet

Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer van staatssecretaris Van Ark. Ze wil ervoor zorgen dat mensen gemakkelijker vanuit een uitkering aan het werk kunnen. En als het toch niet lukt om te werken, dan moeten mensen ook weer terug in de uitkering kunnen komen. Met gemeenten en koepel Divosa gaat Van Ark op zoek naar hoe terugval op de Participatiewet na werk gemakkelijker is. Ze schreef al eerder een brief.

Terugvorderingen

Verder moet er een rekentool worden ontwikkeld waarmee mensen zelf meer inzicht krijgen in wat het voor hen financieel betekent als ze vanuit een uitkering gaan werken. De verrekeningen tussen uitkering, inkomsten en toeslagen leiden vaak tot terugvorderingen – zelfs na jaren nog – die het werken financieel niet aantrekkelijk maken. Of die ertoe leiden dat mensen veel geld terug moeten betalen aan de overheid.

 

Dagbesteding

Voor mensen met een arbeidsbeperking is een passende arbeidsplek noodzaak. Op dit moment is de stap van dagbesteding naar betaald – en beschut – werk lang niet altijd mogelijk. Mensen weten niet of ze op hun uitkering en op hun indicatie voor de dagbesteding kunnen terugvallen als het mis gaat met werken. Zorgaanbieders hebben vaak geen financiële prikkel om te investeren in de ontwikkeling van mensen gericht op doorstroom naar betaald werk. En er moeten sowieso meer beschutte werkplekken bij reguliere werkgevers worden gerealiseerd. Dat alles wil de staatssecretaris in 2019 realiseren.

 

Begeleiding

Tot slot moet er meer continuïteit komen in de begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking. Er wordt, zo stelt de staatssecretaris in haar Kamerbrief, ‘door professionals in de keten onvoldoende samengewerkt’. De maatregelen van Van Ark: ‘Een werkgroep met betrokken partijen in het veld, de ministeries en de mensen zelf om te werken aan continuïteit in de begeleiding over leeftijdsgrenzen en levensdomeinen heen. Verder komt er een praktische handleiding met inspirerende voorbeelden om mensen duurzaam te begeleiden.’

 

Wetswijziging

Staatssecretaris Van Ark wil via een wetswijziging de mogelijkheid in de Participatiewet invoeren voor werkzoekenden en werkgevers om bij de gemeente een aanvraag in te dienen voor ondersteuning op maat, die past bij de mogelijkheden en beperkingen van de betrokkene. ‘Dit versterkt de zorgplicht van gemeenten en de eigen regie van mensen die onder de reikwijdte van de Participatiewet vallen en van werkgevers.’

 

Bron: Zorgwelzijn.nl

Noot:
De Overstap pleit al langer voor een integrale aanpak waarbij, voor zowel werkgevers als (arbeidsbeperkte) werknemers, de optimale balans naar het maximaal mee doen aan de maatschappij tegen een acceptabele (maatschappelijke) prijs centraal staat. Dat vraagt aanpassing van bestaande (sociale)regelgeving en meer duurzaam kunnen denken van de overheid over de inzet van professionals.

De WIA-aanvraag: waar moet u op letten

De Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) heeft als doel mensen zoveel mogelijk te laten blijven deelnemen aan het arbeidsproces. Uitgangspunt is te kijken naar mogelijkheden, zodat werknemers zoveel mogelijk duurzaam aan het werk worden gehouden of geholpen. Als iemand door ziekte niet, of minder kan werken en daardoor minder gaat verdienen, regelt deze wet dat diegene toch inkomen ontvangt.

WIA-uitkering aanvragen
Werknemers die meer dan 35% arbeidsongeschikt zijn, komen in aanmerking voor een WIA-uitkering. Dat betekent dat ze een compensatie ontvangen voor het gedeelte dat ze niet kunnen werken. In de 88e week krijgen u en uw werknemer een brief over de aanvraag WIA.

Re-integratieverslag
Uw werknemer kan een WIA-uitkering aanvragen bij UWV als hij ruim anderhalf jaar ziek is. Daarvoor moet de werknemer een aanvraag indienen en een bijbehorend re-integratieverslag overleggen.

De documenten voor het re-integratieverslag bestaan uit:
• De probleemanalyse
• Het getekende Plan van aanpak
• De periodieke evaluaties
• De eerstejaarsevaluatie
• Eventueel het rapport van een arbeidsdeskundig onderzoek
• Eventuele overige re-integratieactiviteiten (bijvoorbeeld 2e spoor re-integratie door een re-integratiebedrijf)
• Het actueel oordeel van de werknemer, werkgever en bedrijfsarts
• De medische informatie van de bedrijfsarts

U zorgt er als werkgever voor dat de werknemer uiterlijk in de 91e week dat hij ziek is het Plan van aanpak heeft en de evaluaties, waaronder de eerstejaarsevaluatie en eindevaluatie. Het re-integratieverslag levert u online in bij UWV en uw werknemer stuurt het formulier Medische informatie per post op. Als uw werknemer niet wil dat u de documenten upload, kan hij de kopieën die hij van u en uw arbodienst heeft gekregen per post opsturen. Hij doet dit uiterlijk in de 93e week (1 jaar en 9 maanden) dat hij ziek is.

WIA-beoordeling
Binnen twee weken krijgt uw werknemer een ontvangstbevestiging van de aanvraag. UWV beoordeelt op basis van het re-integratieverslag of werkgever en werknemer er alles aan hebben gedaan om de instroom in de WIA te voorkomen. Ook nodigen zij uw werknemer uit voor een WIA-onderzoek.
Binnen acht weken hoort hij of hij al dan niet een uitkering krijgt, en hoe hoog deze is. U ontvangt een kopie van de beslissing.

Loonsanctie
Als UWV vindt dat u of uw werknemer te weinig aan re-integratie heeft gedaan dan kan UWV u een loonsanctie opleggen dan wel uw werknemer korten of zijn uitkering weigeren.

Uit onze ervaring blijkt dat UWV tegenwoordig veel sneller een afwijzing afgeeft vanwege “onvoldoende re-integratieinspanning”. Het is raadzaam u tijdig bij te laten staan door een re-integratiebedrijf die veel ervaring heeft met 2e spoor trajecten. Op de UWV website staat de nota “Werkwijzer Poortwachter van 24 maart 2017” met de meest actuele richtlijnen. Deze is ook hier te vinden.

Wilt u meer informatie neem dan contact met ons op.

Jobcoaching toegankelijker geworden

Maakt u wel (optimaal) gebruik van een Jobcoach?

Het is een (gratis) voorziening voor iedereen die dit nodig heeft op zijn werk. Een arbeidsdeskundige van UWV gaat de aanvraag voor de voorziening beoordelen. Een medewerker hoeft niet “bekend” te zijn bij UWV. Dit maakt het voor werknemer als werkgever eenvoudiger om gebruik te kunnen maken van deze voorziening. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom (tijdelijk) extra ondersteuning gewenst is.

Als erkende Jobcoachorganisatie UWV kunnen wij u helpen of jobcoaching de juiste oplossing is en u ondersteunen met het aanvragen.

Meer weten…. neem contact met ons op.

VCA cursus 2018 – 2019

Op 17 en 19 december verzorgde wij de laatste VCA cursus en aansluitend het (voorlees) examen op onze vestiging in Zwolle.

Wij kijken terug op een mooi cursusjaar waarin wij vele deelnemers hebben geholpen met het behalen van het VCA certificaat. Voor sommigen een “must” om zijn baan te behouden, voor anderen een mogelijkheid om meer kans te maken op een baan. Het lijkt soms zo vanzelfsprekend en tamelijk eenvoudig om dit “papiertje” te behalen, dit is geldt echter niet voor iedereen. Wanneer het met onze cursus dan wel lukt, geeft dit ons extra motivatie om ons te blijven inzetten voor diegene die een extra zetje nodig heeft.

Afgelopen jaar hebben we afgesloten met een mooi slagingspercentage van 95%.

Voor 2019 staan de volgende data in Zwolle gepland;

26 en 28 februari
7 en 9 mei
25 en 27 juni
3 en 5 september
5 en 7 november
16 en 18 december

Voor meer informatie

Dit verandert er voor u op 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 verandert er een aantal regels op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit zijn de wijzigingen in 2019 in alfabetische volgorde:

Aanpassing beroepskracht-kindratio voor de dagopvang en de buitenschoolse opvang
Het maximaal aantal baby’s van 0 jaar per pedagogisch medewerker gaat omlaag. Deze gaat van 1 pedagogisch medewerker op 4 nuljarigen naar 1 pedagogisch medewerker op 3 nuljarigen. De pedagogisch medewerker heeft hierdoor meer tijd en aandacht voor kinderen in het eerste levensjaar. Voor kinderen van 7 jaar en ouder gaat het maximaal aantal kinderen per pedagogisch medewerker omhoog. Deze gaat van 1 op 10 kinderen nu naar 1 pedagogisch medewerker op 12 kinderen.

Aanpassing maximum uurprijs en percentage kinderopvangtoeslag
Als gevolg van de kwaliteitsverbeteringen van IKK (Innovatie Kwaliteit Kinderopvang) en de indexering, wordt de uurprijs voor dagopvang verhoogd. Daarmee komt de maximum uurprijs op € 8,02 per uur. De maximum uurprijs voor de buitenschoolse opvang wordt verlaagd naar € 6,89. Voor de maximum uurprijs in de gastouderopvang vindt alleen indexatie plaats en bedraagt daarmee € 6,15 in 2019.
Daarnaast verhoogt de overheid de percentages voor de kinderopvangtoeslag in 2019. Dit verhoogde toeslagpercentage wordt vergoed over het uurtarief dat ouders voor kinderopvang betalen tot de maximum uurprijs.

Algemene Ouderdomswet
De ingangsleeftijd AOW was in 2018 66 jaar en wordt per 1 januari 2019 66 jaar en 4 maanden.

Inburgering
Per 1 april 2019 wijzigt het besluit Inburgering, waarbij werkenden vrijstelling krijgen voor het onderdeel Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) van het inburgeringsexamen.

Achtergrond van deze vrijstelling is dat als iemand in de praktijk aantoont zelfstandig op de Nederlandse arbeidsmarkt te kunnen functioneren er geen reden meer is dat aan te tonen via een examen of via een verplichte deelname aan 64 cursusuren ONA.
Met de wijziging van het besluit wordt het mogelijk om een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) te doen voor vrijstelling van het ONA-examen. Voorwaarde is dat de aanvrager, in de twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip van aanvraag, gedurende ten minste zes maanden, minimaal 48 uur per maand, verloonde uren zijn opgenomen in de loonaangifte. Het recht op vrijstelling wordt door DUO beoordeeld op basis van de beschikbare gegevens uit de polisadministratie waarin de verloonde uren zijn opgenomen.

Inspectie SZW
De benodigde wetswijziging voor de bevoegdheid van de Inspectie SZW om toezicht te houden op het werving en selectiebeleid in verband met arbeidsmarktdiscriminatie, wordt nu ter hand genomen. De Inspectie gaat wel al vanaf 2019 verkennend inspecteren.

Introductie van de pedagogisch beleidsmedewerker in de kinderopvang
Voortaan coacht een pedagogisch beleidsmedewerker de pedagogisch medewerkers bij de dagelijkse werkzaamheden. Daarnaast houdt de pedagogisch beleidsmedewerker zich ook bezig met het pedagogisch beleid en de werkwijze daarbij. Bijvoorbeeld hoe de pedagogisch medewerkers kinderen uitdagen om nieuwe vaardigheden aan te leren.

Ondernemingsraden
Per 1 januari 2019 wordt de Wet op Ondernemingsraden (WOR) gewijzigd. Dan wordt het jaarlijkse gesprek over lonen en beloningsverschillen binnen het bedrijf verplicht. Dat geldt voor ondernemingen met 100 en meer werknemers. Het doel is om bewustzijn en transparantie over dit onderwerp binnen bedrijven te stimuleren.

Pensioenen
Pensioenuitvoerders kunnen kleine pensioenpotjes uit het verleden voortaan overdragen aan de pensioenuitvoerder waar iemand nu pensioen opbouwt. Dat is goed nieuws voor mensen die verschillende pensioenpotjes hebben, omdat ze vaak van baan zijn gewisseld. Eerder werden kleine pensioentjes aan hen uitbetaald. Nu worden ze samengevoegd. Daardoor stijgt de waarde en gaan deze mensen meer pensioen opbouwen. Het gaat om potjes van 2 tot 466 euro per jaar. Potjes van minder dan 2 euro vervallen, omdat de administratiekosten in geen verhouding staat tot de waarde van zo’n heel klein pensioen. Tot 1 januari 2019 kunnen mensen nog contact opnemen met de pensioenuitvoerder als zij het heel kleine pensioen uitbetaald willen krijgen.

Transitievergoeding
Per 1 januari 2019 worden de criteria voor de toepassing van de overbruggingsregeling transitievergoeding verruimd. Daarmee wordt het makkelijker voor werkgevers om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling.

Voor kleine werkgevers die in een slechte financiële situatie verkeren en om bedrijfseconomische redenen werknemers moeten ontslaan, geldt een overbruggingsregeling voor de betaling van de transitievergoeding. Wanneer aan de voorwaarden voor de overbruggingsregeling is voldaan, dan worden gewerkte jaren voor mei 2013 niet meegerekend bij het bepalen van de hoogte van de transitievergoeding.

Vanaf 1 januari 2019 is in nieuwe ontslagprocedures niet langer vereist dat er in elk van de drie boekjaren voor aanvang van de ontslagprocedure een verlies moet zijn geleden. Bepalend wordt dat gemiddeld over deze drie boekjaren een negatief resultaat is behaald. Daarnaast geldt niet langer dat er sprake moet zijn van een negatief eigen vermogen. Bepalend wordt dat de waarde van het eigen vermogen van de onderneming ten hoogste 15 procent was van het totale vermogen van de onderneming in het jaar voorafgaand aan de ontslagprocedure. De overbruggingsregeling geldt tot 1 januari 2020. Tot 1 januari 2020 hebben kleine werkgevers dus de tijd om reserves op te bouwen voor het eventueel moeten uitbetalen van transitievergoeding.

Uitbreiding extra geboorteverlof
De WIEG (Wet invoering extra geboorteverlof) treedt op 1 januari 2019 in werking. Partners die 5 dagen per week werken, krijgen recht op 5 dagen vrij. Werkt men minder uren per week, dan geldt dat dit partnerverlof 1 maal het aantal werkuren per week is. Vanaf 1 juli 2020 kunnen partners in het 1e half jaar na de geboorte van de baby nog eens 5 weken extra geboorteverlof krijgen. De verlofmogelijkheden voor partners worden hiermee fors verruimd, van 2 dagen tot maximaal 6 weken.

Vrijwilligersregeling WW
Wie een werkloosheidsuitkering (WW-uitkering) ontvangt, heeft vanaf 1 januari 2019 meer mogelijkheden om vrijwilligerswerk te doen. Dan kunnen mensen met een WW-uitkering ook vrijwilligerswerk doen bij organisaties of instellingen die zonder winstoogmerk opereren.

Wajong
Gebruik maken van het levenlanglerenkrediet heeft vanaf 1 januari 2019 geen financiële gevolgen meer voor mensen met een Wajonguitkering. Mensen worden niet langer gekort en de uitkering wordt niet stop gezet. Met een levenlanglerenkrediet kunnen mensen die geen recht (meer) hebben op studiefinanciering, een studie volgen.
Tot 2019 werden mensen met een uitkering in de Wajong2010 gekort op hun uitkering als zij gebruik maakten van een levenlanglerenkrediet. En op de Wajong2015 was geen recht met een levenlanglerenkrediet. Bij mensen met een oude Wajonguitkering gold geen korting. Dat is nu voor alle Wajongers het geval.

Bron: Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid

Voordelig elektrisch rijden: leasekosten ruilen voor brutoloon

Werkgevers kunnen onder bepaalde voorwaarden leasekosten voor een (elektrische) auto overnemen van werknemers in ruil voor brutoloon. Dat bevestigt de Belastingdienst, aldus het Financieele Dagblad.

Werknemers van een bedrijf in Haarlem kunnen sinds kort voordelig elektrisch rijden. Het toepassen van een goedgekeurde fiscale mogelijkheid door de fiscus scheelt een paar honderd euro in de maand voor de private lease van een elektrisch auto.

Hoe werkt het?
Een werknemer sluit een private leaseovereenkomst af voor een elektrische auto en gaat met het contract en de leasekosten naar de werkgever. De werkgever neemt de kosten over in ruil voor een gelijk deel van het brutoloon. Hierdoor wijzigen de kosten in brutoloon. De werkgever past vervolgens de 4% bijtelling voor privégebruik van elektrische auto toe.

Deze constructie is goedgekeurd door de Belastingdienst.

Rekenvoorbeeld
Een werknemer heeft een brutoloon van 3.500 euro per maand en leaset privé een elektrische auto voor 466 euro per maand. De werknemer krijgt dit bedrag vergoed als brutoloon, waarover hij in de geldende regeling geen belasting hoeft te betalen. Hierdoor kost de auto de werknemer 256 euro. Het fiscale voordeel van 210 euro zit in de regeling voor de omzetting van bruto- naar nettoloon.

Voordelig
De hoogte van het voordeel hangt af van de specifieke situatie van een werknemer.
Voor de werkgever is de regeling ook voordelig. De uitruil van de kosten van de lease voor brutoloon leidt ertoe dat over dit deel van het loon geen sociale premies hoeven te worden afgedragen en ook geen vakantiegeld wordt opgebouwd. De administratieve lasten blijven beperkt tot het vastleggen van de uitruil van leasekosten voor brutoloon.

Er worden wel kamervragen gesteld, mogelijk biedt dit ook voor andere situaties oplossingen…
Bron: Salarisnet.nl

Inclusie begint bij toegankelijkheid

Veel gemeenten zetten zich in om de toegankelijkheid voor mensen met een beperking te verbeteren. Dat is een goede ontwikkeling. Het VN-verdrag handicap is een belangrijk instrument om een inclusieve samenleving te bereiken. Het gaat om de versterking van de mensenrechten van mensen met een beperking. Goed om hierbij stil te staan op de Internationale dag van de mensenrechten.

 

Het belang van toegankelijkheid

Het eerste waar men vaak aan denkt bij toegankelijkheid, is de toegankelijkheid van gebouwen, winkels en wegen. Het beginsel van toegankelijkheid omvat echter meer dan de toegankelijkheid van de fysieke omgeving. Zo gaat het ook om de toegankelijkheid van het vervoer, informatie en communicatie. Toegankelijkheid is nodig om andere rechten te realiseren. Als gebouwen en informatie toegankelijk zijn, vergroot dit de mogelijkheden voor mensen met een beperking om deel te nemen aan het culturele leven of aan sportactiviteiten. Als huizen toegankelijk gebouwd worden, draagt dit bij aan het realiseren van het recht op zelfstandig wonen. Toegankelijke stemlokalen bieden mensen met een beperking de mogelijkheid hun stemrecht uit te oefenen. Toegankelijke websites maken het mogelijk zelfstandig informatie over voorzieningen te vinden. Kortom, een toegankelijke leefomgeving biedt mensen met een beperking de mogelijkheid zelfstandig te participeren in de samenleving.

 

Goed op weg, maar nog genoeg ruimte voor verbetering

De VNG is bijvoorbeeld een koploperprogramma gestart met 25 gemeenten en helpt gemeenten bij het maken van een lokale inclusie agenda. Er is echter ook nog genoeg ruimte voor verbetering. Bijvoorbeeld op het gebied van digitale toegankelijkheid. Gemeenten denken vaak dat hun website toegankelijk is voor mensen met een beperking. Maar uit onderzoek blijkt dat websites van gemeenten vaak niet toegankelijk genoeg zijn voor mensen met een beperking. Ook de aanvraag van Wmo-ondersteuning kan beter. Zo konden zij de weg niet vinden, of vonden ze het systeem te ingewikkeld. Dit soort belemmeringen staat in de weg aan de autonomie en zelfredzaamheid van mensen met een beperking.

 

Het begint bij toegankelijkheid

Toegankelijkheid komt terug in alle facetten van de gemeente en helpt om andere rechten te realiseren. Het draagt bij aan de autonomie, zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking. In andere woorden: toegankelijkheid draagt bij aan een inclusieve gemeente.

Bron: Zorg en Welzijn
Anne-Rose Stolk is stagiair bij het College voor de Rechten van de Mens en Ineke Boerefijn is coördinerend beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.
Lees verder….