Mensen met een Wajong-uitkering moeten afscheid nemen van hun uitkering als ze na vijf jaar werken een bepaald inkomen hebben. Voor een specifieke groep betekent dit een verlies van gemiddeld 750 euro bruto per maand.
De Wajong-uitkering is bedoeld voor mensen die vóór hun achttiende ziek of gehandicapt zijn geworden. In 2021 is een aantal nieuwe regels ingegaan waardoor sommigen erop achteruit gingen. Zij kregen ter compensatie maandelijks het zogeheten garantiebedrag. Duizenden mensen zien nu het einde naderen van die specifieke uitkering.
Wie vijf jaar onafgebroken werkt, verliest namelijk het recht op een Wajong-uitkering. Volgens een schatting van het UWV geldt dat voor 11.500 Wajongers, van wie zo’n 3.400 mensen ook het garantiebedrag krijgen.
De uitkering stopt alleen als iemand zonder professionele begeleiding werkt en daarmee 75 procent van het maatmanloon verdient. Dat is een bedrag gebaseerd op het minimumloon.
Directeur Deborah Lauria, belangenbehartiger van Ieder(in) zegt hierover: “De hele aanpak gaat erg in tegen het idee om een eigen leven op te bouwen”. “Deze mensen werken bijvoorbeeld zestien uur en houden dat net vol. Ze hebben geen ruimte om meer uren te maken of om beter betaald werk te doen.” Het gaat bovendien om een groep die meerdere stijgende kostenposten moet opvangen, zoals een hoger eigen risico.
Langzame afbouw voor een zachtere val
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de deadline voor het beëindigen van de uitkering al een jaar uitgesteld tot 1 januari 2027. Het lukte uitvoeringsorganisatie UWV namelijk niet om alle gevallen op tijd te beoordelen.
Het UWV heeft 11.500 cliënten in beeld die sinds januari vijf jaar werken. Zij krijgen vanaf april bericht wat hen te wachten staat. De groep die het garantiebedrag verliest krijgt extra aandacht. Wajong-uitkeringsadviseurs van het UWV staan klaar om te helpen, bijvoorbeeld met het vinden van andere inkomenssteun.
Ieder(in) stelt voor het garantiebedrag stapsgewijs af te bouwen en daar extra tijd voor te nemen. Ook zou de inkomensgrens beter op 100 procent van het maatmanloon kunnen liggen, vindt de belangenorganisatie. “Dat zorgt voor een zachtere val. Bovendien voorkom je dat deze mensen zich gestraft voelen door de overheid”, zegt Lauria. De Commissie Sociale Zaken vergadert 31 maart 2026 over dit onderwerp.
Bron: nu.nl
